zaterdag 2 november 2013

Windmolens

De Hoeksche Waard is rijk aan windmolens. Als er een molendag wordt georganiseerd moet je dan ook keuzes maken, hoewel er steeds meer maalvaardige molens op zaterdagen zijn geopend, dankzij de enorme inzet van de (jonge) molenaars. Zij hangen dan de blauwe wimpel uit.
In kloostergeschriften van 1130 wordt melding gemaakt van windmolens in West Europa. Deze werden van hout gemaakt en waren aan weer en wind blootgesteld, meestal geen lang leven beschoren.
Door de stevige ondergrond en voldoende financiele draagkracht werden de poldermolens in de Hoeksche Waard meestal van steen gebouwd. Zij dienden voor natuurlijke lozing van overtollig polderwater. Daarnaast had elk dorp tot ver in de 20ste eeuw een of soms zelfs twee eigen korenmolens die lokaal geteeld graan maalden, zoals tarwe, gerst en haver. 
Als je in een dorp woonde bepaalde de landheer waar je je graan moest laten malen men noemde dit 'molendwang'. De landheer had dan het 'heerlijke recht'  van de wind zoals hij nog meer 'heerlijke rechten' genoot die na 1795 werden afgeschaft. In 1960 kwam de laatste Hoeksche Waardse korenmolen buiten bedrijf. 
Dankzij het feit dat verbrande molens weer werden opgebouwd en ernstig verwaarloosde molens werden gerestaureerd kunnen we vandaag de dag nog kennis nemen van deze cultuur.

Simonia

De eerste steen van korenmolen Simonia in Piershil werd gelegd door Adr. van der Wilt op 28 juli 1845. Een ronde bakstenen molen type grondzeller.


Hier stond voorheen een houten
molen.
het jaartal 1714 behorende bij de in
relief uitgehakte leeuw en griffioen
in de gevelsteen heeft betrekking
op het jaar van indijking van de achtergelegen westelijke polder door de toenmalige Ambachtsheer Jonkheer Gilles van Hesse en zijn echtgenote Cornelia de Crauwelaer.

De 31-jarige Kevin Strijker woonde met zijn ouders tegenover de molen. Als 5-jarige was hij al gek op de techniek van molens en treinen. Hij besloot daarom het molenaarsdiploma te behalen. Dit betekent 150 uur theoriestudie en 150 uur praktijkles op verschillende molens. Een goed gevulde hobby die hem eerst op de molen van Nieuw Beijerland deed belanden en nu in Piershil.  

De wieken worden regelmatig op de wind gezet, want de molen is maalvaardig. Op zaterdag geopend voor publiek wordt er meel verkocht.




De Hoop


De namen die aan molens worden gegeven worden ontleend aan iets of iemand. Zo heeft de naam van de korenmolen in Maasdam momenteel een dubbele betekenis gekregen. Hij heet nl. 'De Hoop' en is niet draai-of maalvaardig. Achter de schermen wordt gewerkt aan het verkrijgen van restauratiesubsidie. Dit is vaak vanwege papierwerk en diverse verantwoordelijke instanties een kwestie van heel veel geduld, terwijl de molenaar natuurlijk niets liever zou willen dan gewoon zijn werkje doen.
De molen is gebouwd in 1822 en verhoogd rond 1870. Om een windmolen optimaal te kunnen benutten moet de wind toegang krijgen tot de wieken. Molenaars moesten jaarlijks een som geld betalen voor 'windrecht'. Dit is vrije benutting van de wind. In ruil daarvoor werd de omgeving dan vrij gehouden van hoog opgaande bebouwing en bomen tot een afstand van 100 mtr. vanaf de molen. De molenbeschermingszone is werkzaam tot een afstand van 400 mtr. vanaf de molen. Soms was dit niet mogelijk en dan werd de molen omhoog gebracht; de stellingmolen.






donderdag 31 oktober 2013

Van stoommachines en zo

Nu de zomer voorbij is hebben wij onze bezigheden met hobbies en verplichtingen. Deze zijn nogal verschillend, dus als er zich dan eens iets voordoet wat we samen kunnen ondernemen dan wordt dat meteen genoteerd.
Zaterdag 19 oktober was zo'n dag. In de Hoeksche Waard was het molendag met.....
Ons eerste bezoek brachten wij aan Arjan v.d. Hoeven en namen ruim de tijd om alles te zien.
Arjan is een agrarier in Goudswaard aan de Molendijk met een hobby voor stoommachines. In zijn schuur bouwde hij het geheel op. Een waterketel die met hout wordt gestookt vond hij bij een tuinder. Door altijd maar te zoeken op sites die met stoom te maken hebben ontdekte hij een verhaal van een ijzerboer in Detroit die een stoommachine had gevonden in London Canada en deze te koop aanbood. De spaarpot werd omgekeerd en Arjan zocht bij zijn connecties om de onderdelen  in Nederland te krijgen. Hier bouwde hij het geheel op en het werkt! Als je liefhebber bent ga dan een keertje bij hem op bezoek, want het is echt geweldig om te zien. De geur van hout verbranden, van stoom en van de oliespuit. Sommigen hadden liever een eeuw geleden geleefd.














maandag 11 maart 2013

Hoekschewaards Landschap 40 jaar

23 februari vond de officiele opening van het jubileumjaar van Hoekschewaards Landschap plaats in Natuurbezoekerscentrum Klein Profijt in Oud-Beijerland. Eind januari was hiervoor al een speciale jubileumkrant verschenen waar ik mijn medewerking aan heb verleend. Onder de genodigden waren burgemeesters van alle 5 Gemeenten aanwezig. Koffie met jubileumgebak viel allen ten deel. Joost Kievit blikte naar de beginfase  terug en liet in een overzicht de hoogtepunten passeren. Burgemeester Moerkerke zorgde voor een verrassende toespraak en plantte een berk, verkozen tot jubileumboom vanwege de buitendijkse plaats die deze heeft gekregen.
Koud geworden door de frisse wind die altijd bij het water voelbaar is waren we aan de drankjes en hapjes toe in een gezellig samenzijn. Klein Profijt was opgeleukt met de jubileumvlag en op twee digitale punten waren prachtige opnamen te bewonderen. Leden van de jubileumcommissie kijken terug op een geslaagde opening en buigen zich al over het volgende evenement, want een jubileumjaar duurt tenslotte een heel jaar.

Rundveefokkerij v.d. Wekken in Maasdam


Aan de Zuiddijk in Maasdam ligt de Rundveefokkerij van Cees en Miranda v.d. Wekken met 42 ha zeeklei grond. Dat is niet altijd zo geweest, want de vader van Cees had zijn gemengd bedrijf midden in het dorp Maasdam tot 1996. Het land was over 4 plaatsen verdeeld, dus dat was daaglijks een heen en weer gerij van en naar de boerderij met tractoren. De mestvaalt lag in de dijk, de boerderij lag 20 meter van de weg. Toen de landinrichtingsdienst in hun gebied aan het verkavelen was hebben zij vrijwillig ingeschreven en zo kwam de verhuizing van de Hoeksedijk naar de Zuiddijk tot stand. 
Nationaal Landschap Gidsen van HWL organiseerde op dit unieke bedrijf een excursie waar boer Cees verteld over zijn voorliefde; de (Red) Holstein Frisian. Dit is een koeienras die uit twee kleuren bestaat, zwartbont en roodbont. 
Tussen 1880 en 1900 kwamen Canadezen en Amerikanen naar Nederland om deze soort te verschepen en ze door te ontwikkelen. De koeien werden ronder en dikker, maar gaven minder melk dan in Nederland. Omdat er in 1950 hier een voedseloverschot kwam en er behoefte was de melkproductie te verhogen werden de Holsteiners weer door Nederland geimporteerd. Men ging zich vooral toeleggen op de melkproductie van de koe. Niet te veel vlees, maar een grotere buik door veel en goed voedsel en snoepjes als beloning bij veel
melkproductie.


De Zuiddijk ligt in de Sint Anthoniepolder die reeds in 1358 werd bedijkt. Samen met de binnenbedijkte Maas die in 1270 werd afgedamt, werd dit een mooi stukje Hoeksche Waard. Een polder die hoog genoeg bleek te liggen om droog te blijven tijdens de St. Elisabethsvloed van 1421. We vinden hier nog een molen en kerkje uit de 15e eeuw. De Keizersdijk was een zeedijk, het zuiden van de polder weiland, de rest akkerbouw gebied. Gras op zeeklei voor de koeien die in de zomer lekker in de wei lopen te grazen. In de winter staan zij in een zgn. vrijloopstal met houten roosters en ligboxen. De pinken aan de ene kant, de oudere koeien aan de andere kant. Ze zoeken daar allemaal zo hun eigen plekje en weten precies waar het tocht. Het mengvoer bestaat uit kuilgras gemengd met mais en komt van eigen bodem. Hiervoor wordt puur gras gezaaid met klaver. De mest wordt verantwoord gespreid op eigen bodem.
Moeder koe heeft na het kalven een afgeschermd hok om even tot rust te komen en de vaars- of stierkalfjes hebben ook hun eigen afdeling. Koeien zijn kuddedieren die hun eigen rangorde kennen. Zij hebben hoorns die binnen 2 maanden na de geboorte worden afgebrand voor hun veiligheid.
De kalfjes krijgen 3 maanden melk en daarna krachtvoer. Wanneer ze 15 maanden zijn worden ze KI geinsemineerd. De draagtijd is net zoals bij mensen 9 maanden. Kalveren kosten de boer dus 2 jaar geld voordat hij kan verdienen aan de opbrengst van melk of in een fokprogramma. De koeien van Cees worden gemiddeld ouder dan 5 jaar, terwijl dat in Nederland 4 jaar is en zij geven 8000 liter melk per jaar. Elke morgen en elke middag om 05.00 uur lopen ze naar de melkmachine om gemolken te worden. Die melk bevat 4,4% vet en 3,58% eiwit en is 37 graden.  Jaarlijks worden er ongeveer 18 kalveren geboren die na selectie al dan niet blijven. 10% van de koeien gaat naar de slachterij. Wanneer dieren zich onderscheiden gaan ze mee in een programma voor veeverbetering wat in Nederland bestaat om het vee op een hoger peil te brengen. Er wordt dan gekeken naar gezondheidskenmerken, productiekenmerken en de ouders. Het DNA van de koe wordt gelezen. Cees doet ook mee aan wedstrijden van dierenwelzijn. De koeien worden dan geborsteld, geschoren en gewassen en dat vinden ze heerlijk. Voor hem heeft het visuele meer waarde dan het dna profiel. Op een klein bedrijf is elke koe een individu. Alle koeien hebben een identificatienummer. Ook wordt een vast aantal namen gegeven waarmee gewoon wordt doorgenummerd, bijvoorbeeld Carla 109. 
Doordat Cees handelt in sperma ontmoet hij andere veefokkers zodat hij deze kan sturen een goeie fokkerij te houden. Nederland is een exportland. De melk wordt verwerkt tot poedervorm en geexporteerd naar oa. China. Drie tot vier maanden na het kalven is een koe weer tochtig en wordt weer drachtig gemaakt. De intensieve melkveehouderij brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee, maar staat niet voor niks qua melkproductie aan de top, nu de leeftijd nog.

donderdag 7 maart 2013

2013; Het Jaar van de Boerderij

Boerderijen geven kleur en identiteit aan het platteland, zijn bakens in het landschap. Boerenbedrijven echter verdwijnen steeds meer, dus rijst de vraag naar herbestemming mogelijkheden van boerderijen en agrarische bedrijfsgebouwen, ook in ons Nationale Landschap De Hoeksche Waard.
Tien jaar geleden startte men met het organiseren van de Verlichte Boerderijen Route en nu in 2013 werd deze voor de 3e maal gehouden. Gekozen werd deze keer voor het westelijk deel van de Hoeksche Waard en met wel 97 deelnemers waaronder enkele kerken en molens, bleek dit een pittig aantal om tussen 19.00 en 22.00 uur wanneer de schijnwerpers en lampen aan waren, te rijden en te bekijken. 
In een mooi boekwerkje werd per boerderij een korte historie verteld en wanneer men zich per bus liet vervoeren was er een (Nationaal Landschap) gids soms van Hoekschewaards Landschap om het verhaal van eiland, werk en bewoners te vertellen.
Elke streek kent zijn eigen type boerderij  om de doodeenvoudige reden dat de boerderij volledig ten dienste staat van het bedrijf.
De Hoeksche Waard bestaat uit bedijkte polders met eerste klas landbouwgrond. Dat is niet altijd zo geweest. Vele stormvloeden overspoelden het land en veranderde de vorm ervan. Na de Sint Elisabethsvloed van 1421 is alleen de Sint Anthoniepolder behouden gebleven en is het Land van Putten zoals het westelijk deel van de Hoeksche Waard toen werd genoemd, geheel verdronken. Nieuwe kleilagen slibden vervolgens op de resterende veenlagen. Klei is een vruchtbare landbouwgrond. Adel en kerk lieten dijken aanleggen. Graaf Lamoraal van Egmond bijvoorbeeld liet een dijk rond de polder Beierland aanleggen in de tweede helft van de 16e eeuw en zijn dochter zette dit werk voort zodat de 3 Beierlanden zijn gevormd - Oud- Nieuw- en Zuid-Beijerland. Stadse patriciers en welgestelde kooplieden gingen in de jonge inpolderingen investeren en verpachtten hun land en boerderijen aan boeren die vaak generaties lang op de boerderij bleven wonen. 
In een akkerbouwgebied liggen de boerderijen tamelijk ver van elkaar. We zien ze langs de dijken, op oude kreekruggen en in de zo kenmerkende lange rechte polderwegen. Het Overmase dwarsdeel type was favoriet in de 17e en 18e eeuw. Woonhuis en schuur vormen samen een groot hallenhuis, waarvan de kap wordt gedragen door eenzelfde gebint. Hoe meer land, hoe langer de schuur en hoe meer dwarsdelen erin zaten,. Dit streekeigen boerderij type is in de 19e en 20ste eeuw haast geheel verdrongen door boerderijen met een midden-of zijlangsdeel die behoren tot de Vlaamse schuurgroep. Vanuit Vlaanderen heeft deze zich via Noord Brabant naar de Hoeksche Waard verspreid waar in combinatie met aan de schuur vastgebouwd woonhuis een echt Hoeksche Waards boerderij type ontstond. Het had zijn populariteit te danken aan een deel of inrij in de lengterichting van de schuur wat praktischer was voor het in-en uitrijden en optassen van de oogst. Dit bouwtype werd in de tweede helft van de 20ste eeuw weer opgevolgd door een verbeterde schuur, waarbij deze geen traditioneel gebint meer heeft maar een vrije overspanning van kapspanten die aan de zijgevels rusten. Dit is te zien aan de gebroken kap. Hierdoor zijn niet alleen het bodemoppervlak en de schuurruimte vrijer te gebruiken maar er is ook een hogere tasruimte voor de oogstberging. De technologische vernieuwing en economische ontwikkeling van de 21ste eeuw  bevorderen snelle akkerbouw. Hierdoor zijn grote loodsen en hangars met inpandige koelhuizen noodzakelijk. Voor de aan-en afvoer van machines en producten worden brede geasfalteerde terreinen aangelegd. 
Vanwege de schaalvergroting en andere economische omstandigheden in de landbouw worden vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw de kleinere dijkboerderijen aan particulieren verkocht die deze vaak omvormen tot hobby-en woonboerderij. De verlichte boerderijen route begon in Heinenoord een klein dorp waar de 15e eeuwse buitenplaats De Hof van Assendelft (foto J. Koster)  en de boerderij Oost Leeuwestein nu het Streekmuseum vormen. Hier staat de kleinste watertoren van Nederland en is inmiddels rijksmonument. Een bijzondere korenmolen uit 1718 opgebouwd uit 400 jaar oude onderdelen werd grondig gerestaureerd mogelijk gemaakt dankzij een bijdrage van de Bank Giro Loterij.
In de buurtschap Greup boert nu de 14e generatie in een integrale samenwerking tussen een aantal akkerbouwers uit de HW onder de naam Novifarm. Omdat hij ook in Polen een landbouwmechanisatie bedrijf runt kan zij een winkeltje met Pools aardewerk runnen op de boerderij. Een andere samenwerking is de hoekschewaardse telers organisatie die sinds 2012 de streekaardappel de 'Hoeksche Rooie' heeft geintroduceerd. Oud-Beijerland heeft woonboerderijen voornamelijk in de buitengebieden, maar ook zeker de moeite van het bekijken waard. Buurtschap Zuidzijde behoort bij Nieuw-Beijerland en is ontstaan aan de zuidelijke buitendijk van de polder Nieuw Piershil en Nieuw Beijerland. De Zuidzijdsedijk was een zeewerende dijk totdat de polders Klein en Groot Zuid-Beijerland zijn ingepolderd en het een binnendijk werd. Hier werd in opdracht van de Fundatie  een hoeve gebouwd genoemd naar de oprichtster van de fundatie die giften verstrekt aan maatschappelijke doelen. Ook de rivier de Drom kwam binnendijks te liggen. De polder is in 1953 droog gebleven Sinds 1975 is de Dromkreek met oeverlandjes aangewezen als natuurreservaat. De boerderij heeft een functie als zorgboerderij en als opslag voor kabelwerk. Men neemt aan dat de kerk van Piershil in de 16e eeuw vlak voor de reformatie is gebouwd en bestond uit een enkelvoudig kerkschip. Het interieur bevat nog 17e en 18e eeuwse elementen.
In Goudswaard liepen de leden van de Gereformeerde Gemeente naar Nieuw-Beijerland om te kerken op zondag. Daar kwam verandering in als de ouderling op de zolder van zijn boerderij gaat preeklezen . In 1928 komt er een kerkgebouw als hij hiervoor een stuk grond beschikbaar stelt. Boerderijen zijn hier in de lengterichting van de dijk gebouwd. Er is een boven en onderdijk omdat in vroeger tijden de paarden die bang zijn van draaiende molenwieken een pad om de molen liepen. Bij de Achterweg is de Oud-Corendijcksepolder die al in 1439 werd herdijkt, goed te zien.  Niet alleen hadden de boeren last van het water na de inundatie aan het eind van W.O.II, maar ook na de watersnood van 1953 zijn bijna alle polders ondergelopen en moest er daarna met man en macht en veel kalk keihard gewerkt worden om de klei weer akker rijp te maken. Dit scheelde elke keer wel enkele oogsten, maar op de Hoeksche Waard is weinig honger geleden. 
Buurtschap Nieuwendijk valt onder Goudswaard en evenals Tiengemeten bij het tegenwoordige Korendijk. Er wordt hier nog flink ge-boert maar er worden uit liefhebberij ook Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland KWPN-tuigpaarden en Friese paarden gehouden waarmee aangespannen wordt gereden met antieke rijtuigen.
Zuid-Beijerland is het langste dijkdorp en hier liggen de boerderijen als een lint in de polder Groot Zuid-Beijerland. Een van de boerderijen hier is in 1972 van gemengd landbouwbedrijf overgegaan op de specialisatie van melkveehouderij . Den Hitsert was zo klein dat er geen eigen korenmolen stond, maar dat is ruimschoots ingehaald en ook tegenwoordig als de wieken draaien is de molen te bezoeken. Sinds de 21ste eeuw is hier een landbouwbedrijf van traditionele akkerbouw overgeschakeld naar biologische akkerbouw en vormt met 2 collega's de zgn. 'biostee'. Er is ook een boerderij ingericht als Hospice en begeleid wonen project.
Familie omstandigheden waren vaak bepalend op welke boerderij men kwam te wonen. Niet alle zonen konden op de stee van vader blijven en de dochters kwamen door het huwelijk automatisch op een andere boerderij te wonen. Wanneer een vrouw weduwe werd en nog kleine kinderen had gebeurde het ook dat ze van de grote stee wegging en kleiner ging wonen. Zo is bijvoorbeeld in Klaaswaal een loonwerk bedrijf ontstaan die landbouwwerkzaamheden verrichten in opdracht.
Dat de moestuin een onmiskenbaar onderdeel was van elke boerderij omdat deze self-supporting was, is te zien aan de Oud-Cromstrijensedijk WZ. Ook leilinden behoren erbij als bescherming tegen de zon of tegen ongedierte. 
Hoewel schapen vaak als hobby op de boerderij rondlopen zijn er nog boeren die een behoorlijke kudde op omliggende weilanden hebben lopen. Meestal het Schoonebeekerras die ook meer en meer op de dijken lopen omdat die dijken een op biodiversiteit gericht beheer moeten krijgen.
Rijden we richting Westmaas dan passeren we een achter het struweel gelegen hofstede De Marienhof. Een lange laning vormt de entre met meer dan 100 jaar oude Iepen en enkele populieren. In 1610 werd er een herenhuis gebouwd met in de 18e eeuw een boerderij van het Overmase dwarsdeeltype. In de 20ste eeuw heeft het dienst gedaan als proefboerderij en doet nu dienst als runderfokbedrijf voor het Verbeterde Roodbonte Vleesras. Het huis is rijksmonument, maar heeft urgent reparatie nodig. Als elke inwoner van de HW € 10,00 doneert dan komen uitvoerenden al een heel eind. 
De Hoeksche Waard een eiland met 50 polders in 5 eeuwen is uitgeroepen tot Nationaal Landschap. De landbouw moderniseert, maar kijkt ook naar de natuur o.a. door bloeiende akkerranden  te realiseren. 

maandag 29 oktober 2012

Draadwerk in De Opkamer


Zondagmiddag 4 november vindt in Galerie De Opkamer, Merwedestraat 21, Maasdam om 13.30 uur de opening plaats van een expositie met als thema”Draadwerk”.
Aukje Vader, Wendy van Hulst en San Vermaas zijn de exposanten met elk hun eigen manier van werken met textiele materialen.
Aukje Vader is naast haar werk in het platte vlak gaan experimenteren met het maken van sieraden. Zij gebruikt hiervoor vilt, vlies, vlas, zijde en wol als basis en experimenteert met verf, lijm, verdwijnstof (materiaal in water oplosbaar) en tyvek (een synthetisch materiaal dat op papier lijkt, gewoon te beschrijven is, maar niet scheurt). Een vloed van ideeën in haar hoofd vormen in gedachten prachtige kettingen. Het werkelijk maken ervan blijkt weerbarstiger te zijn.
Wendy van Hulst heeft na een lange periode haar passie voor textiele materialen weer opgepakt en maakt qua vorm en kleur opvallende wand decoraties. Vanuit het ontwerp op papier zoekt zij ondermeer voering stoffen in diverse kleurschakeringen en stemt deze op elkaar af in het ontwerp. De vormen die ze hanteert zijn speels en worden nauwgezet met naald en draad met de hand verwerkt met hier en daar guirlandes van kraaltjes als extra versiering.
San Vermaas heeft weer een heel andere manier van werken met stoffen. In 2010 is zij met haar project “Vieze beesten” gestart. Beesten uitgewerkt tot textiele objecten die het ontwerp op papier overstijgen en hun eigen leven lijden in een eigen wereld. Uiteenlopend van uiterlijk en huid zijn ze meer of minder onaangenaam met hun wat smoezelig uiterlijk en hun ingewikkelde Latijnse naam. Vaak in tegenstelling tot hun zachte uiterlijk. Die schijn bedriegt.
De expositie Draadwerk is te bezichtigen op zondag 4 november en zondag 2 december van 10-17 uur en na telefonische afspraak.(06 389 28 155) Eelse Bies.. Galerie De Opkamer (www.galeriedeopkamer.nl) doet mee met het Polderrondje (www.polderrondje.nl)

zondag 30 september 2012

Mijnsheerenland

"De naam Mijnsheerenland werd na vele bezoekjes van oma door onze oudste zoon toen hij nog klein was al snel veranderd in Oma'sheerenland, omdat hij dacht dat het van haar was als ze erover sprak".

In 1438 koopt Lodewijk van Praet, Ambachtsheer, 'Scobbe' en 'Everocken', vroegere benamingen van onbedijkt land. Hij laat een ringdijk aanleggen die in 1440 gereed is, de polder krijgt de naam 's Heerenland van Moerkerken. Lodewijk is nl. ook heer van Moerkerken een plaatsje nabij Brugge in Belgie. Hij laat er 7 huizen bouwen voor de heemraden die de dorpskom vormen. Het dorp wordt Zevenhuizen genoemd.
Het moet hier vanaf het jaar 0 een soort Biesbosch zijn geweest met veel water en eb en vloed. De hoofdwaterstromen liepen oost-west en werd als Vliet aangeduid. Stromend vanaf Westmaas noordwaards en die bij Claeswael zo werd aangeduid en ter hoogte van de Smidsweg Group werd genoemd. Er blijkt bewoning geweest te zijn op hoger gelegen gedeelten, naar de vondsten van leden van Stichting Archeologie Hoeksche Waard. De Binnenmaas was onderdeel van een stromende rivier (de Mase). De oevers werden 4000 jaar bewoond. In de late Middeleeuwen werd een stuk Maasarm afgedamd, slibden de stroomgeulen buiten de dammen geleidelijk dicht waardoor een binnenwater ontstond; de Binnenbedijkte Maas, de Binnenmaas. In 1270 werd de oostelijke dam met sluizen gebouwd, daar is het dorp Maasdam ontstaan. Na de St. Elisabethsvloed veranderd het aanzien van de streek heel veel. In 1439 is de westelijke dam gelegd en daar ontstond het dorp Westmaas. Het grootste binnenwater van de Hoeksche Waard doet dienst als zoetwaterreservoir voor de omliggende polders. Biedt tegenwoordig plaats aan de watersportvereniging en de scouting en doet dienst als recreatiegebied.

Moerkercken, 's Heerenland, Mijnsheerenland van Moerkerken en van de Merwe, Mijnsheerenland tot 1984 zelfstandig, daarna vormt het tot 2007 met Puttershoek, Maasdam, Westmaas en Heinenoord de Gemeente Binnenmaas. Als ook 's Gravendeel zich erbij voegt telt de Gemeente bijna 29.000 inwoners.
Het Wapen van Mijnsheerenland van Moerkerken heeft 2 roode dwarsbalken op goud veld, in het midden en aan de uiteinden bij elkaar 5 St. Jacobsschelpen.

Dorpen ontstaan op een dijk en aan een kreek die een natuurlijke haven bood. Mijnsheerenland vormt hierop een uitzondering, doordat het als buitenplaats met landgoederen ontstond. Het wordt dan ook wel het 'Wassenaar van de HW' genoemd. Het is boomrijk met esschen, iepen en wilgen langs de 4 wegen en de Vliet. 
Omstreeks 1445 laat Lodewijks zoon, Vranck van Praet die is gehuwd met Elisabeth van Loon, het Hof van Moerkerken bouwen. De omschrijving van dit 'tamelick herenhuis' luidt in 1620; 'het huijs en hoff te Moerkerken, de keete, druijfhuijs, boomgaert, thuijn, visscherij van de haven van Moerkerken, het lant achter den voorszegde thuijn, mittsgaders het lant en rijetvelt lanq den maeskant. Het uiterlijk van het huidige landhuis gaat terug naar 1664 en een verbouwing in 1796 omdat het oorspronkelijke huis is afgebrand.
Eigenaresse van de heerlijkheid Mijnsheerenland van Moerkerken van 1765-1894 was het geslacht van Assendelft de Coningh. Belangrijke gasten komen op de Hof vertoeven. In 1860 geboren Frederik Willem van Eeden schrijver psychiater gehuwd met Martha van Vloten een nicht van Mr. Jan van Gennep Ambachtsheer kwam in 1900 om 'Van de koele meren des doods' te schrijven. Verwey dichter en letterkundige en Witsen schilder, aquarellist en etser beiden gehuwd in de familie kwamen ook om zich aangenaam te verpozen, te praten, wandelen, schrijven, dichten, etsen, zwemmen en roeien. Er waren 5 dienstbodes en diverse tuinlieden. Langs de oprijlaan ligt de haveningang waar beurtschepen de goederen kwamen lossen voor de mensen in het dorp en voor het hof.
badhuisje 19e eeuw

In 1894 wordt een aannemer eigenaar van het Hof. De bomen worden gerooid en het landgoed staat jaren leeg om gesloopt te worden. In 1902 wordt de grootvader van Mr. Pieter van Vollenhoven de nieuwe eigenaar. De familie Hintzen gebruikt het Hof tussen 1925-1950 als een echt 'buiten' en wonen er alleen 's zomers.  In 1939 komt er een groep Joodse kinderen wonen die opgeleid worden om in Palestina te gaan leven. Zij werken in de druivenkas en de zgn. koude bak waarin groenten en kruiden worden geteelt. Wanneer de dreiging van W.O.II ook in de HW doordringt worden zij allen tijdig geevacueerd. Een maquette in de ommuurde tuin herinnert nog aan hun verblijf.
Daarna wordt het Hof ingericht als herstellingsoord voor tuberculose patienten.
Bekende bewoners zijn nog de familie van Ir. L.P. Ruijs.
Sinds 5 mei 2012 wordt de Hof bewoond door de fam. Stolk. Zij hebben meteen een aanvang gemaakt met onderhoud aan de historische tuin-en parkaanleg, de brug met gietijzeren hek en leuning uit de 19e eeuw alsook de tuinmuur. De zonnewijzer, druivenkas en koude bak zijn vroeg 20ste eeuw alsook het badhuis. Allen monument. Het koetshuis laat 18e eeuw, oranjerie schuur en stal 19e eeuw. Het hof zelf wordt zoveel mogelijk teruggebracht in oude stijl. Er zijn muurschilderingen teruggevonden en ook op enkele deuren staan afbeeldingen.


Als goed edelman en trouw aan zijn koning schonk Vranck van Praet grond en geld voor de bouw van een Roomskatholieke kerk op 7 maart 1445. Deze werd gewijd aan Sint Laurens en Sint Geertrud. In 1574 werd de kerk protestant. De laatste priester verkoos na de reformatie predikant te worden. Beelden en altaren verdwenen uit de kerk.
Gebouwd in gotische stijl voor erediensten en grafruimte voor de familie van Praet. De kerktoren is 48 mtr. hoog en daarmee de hoogste in de HW. 
In het koor, wat hoger ligt dan het schip van de kerk omdat de priester een trede hoger moest staan dan het gewone volk, liggen na de verbouwing in de 20ste eeuw de grafstenen van de belangrijkste mensen van het dorp, zoals van een Franse onderwijzer die aan het hof van de Prins van Oranje kwam. Tevens is daar de graftombe van Elisabeth van Loon echtgenote van Vranck van Praet. Omdat vermogende mensen werden begraven onder het schip ligt de toren weer lager. In de toren een arrestantenhok uit 1629 met daarop het monogram van Simon Huygens, secretaris en koster van de kerk.
Een muurschildering van 'St. Joris en de draak', een rouwbord uit 1595 van de echtgenote van Jonkheer Gooswijn van Raesvelt. De ambachtsheeren-en vrouwenbank, de preekstoel type 'houten broek' 17e eeuws. De kwartobijbels uit 1793 zijn aangekocht van boetes op verzuim van kerkdiensten door predikanten en kerkenraadsleden. Een 18e eeuws Batz van Vulpen orgel.

Na de restauratie halverwege de 20e eeuw kreeg de kerk de naam Laurentiuskerk hoewel de bevolking spreekt van de Dorpskerk omdat er in Mijnsheerenland slechts 1 kerk is. Boven de ingang J. de Jong Anno 1829 kerkmeester. Het smeedijzeren toegangshek is uitgevoerd in Lodewijk    
de XV-stijl met gebogen
zijstukken en top, versierd met voluten en rocaille motieven deels verguld. Midden 18e eeuw monument erfafscheiding.
We vinden op het kerkplein de grafsteen van Ds. Jan Knottenbelt en zijn echtgenote Cornelia Theodora van der Houven ambachtsvrouwe, eerder weduwe van Assendelft de Coningh.


Wilhelminastraat 33 is de oude pastorie. Een laat 18e eeuws deftig herenhuis van parterre en verdieping met twee evenwijdige schilddaken. Aan de voorzijde schilddak evenwijdig aan de straatas. Dakkapellen en hoekstenen. Zwarte kroonlijst boven de voorgevel. Boven de deur gietijzeren bovenlicht. Stoeppalen met kettingen. Monument.

Het dorp bezit 2 monumentale molens; industrie-en poldermolen 1749 korenmolen De Goede Hoop staat in het dorp en de wipmolen uit 1732 aan de provinciale weg de Oostmolen werd tot 1948 gebruikt voor bemaling van de polder Moerkerken. Recentelijk geheel gerenoveerd.

In 1928 begint Bastiaan Rongen met zijn vrouw Janna een 'Albert Heijn' winkel. Hij brengt de boodschappen met de bakfiets aan huis en is tevens bezorger van de post. De oudste zoon Jan Leendert komt om in Indie. Wanneer Janna overlijdt komt dochter Willy die op het postkantoor werkt in de winkel. Bastiaan blijft nog lang na zijn pensionering expresse post bezorgen, maar Willy leert van hem hoe ze de winkel moet bestieren. Tot op de dag van vandaag doet ze dit nog steeds in de geest van haar vader. Het winkeltje ziet er nog authentiek uit en heeft een beperkt aanbod van de dagelijkse boodschappen.   

Vele straatnamen in Mijnsheerenland herinneren aan historische inwoners. Men zegt dat Moerkerken is afgeleid van kerk in het moeras, maar moeren is ook de benaming van delven van zout. Er werden putten gegraven en de veengrond werd verbrand. In de as werd zout gevonden. Dit werd als betaalmiddel gebruikt, dus werd in die tijd gezien als goud. Het graven werd steeds dichter bij de dijken gedaan, waardoor deze gingen verzakken en er weer overstromingen kwamen. Men zegt dan ook dat dit de oorzaak is van de grote overstromingen in 1421 en 1468. Pas eind 15e eeuw wordt zout geimporteerd en gestopt met de zoutwinning.