de
Verhalenkaravaan verzorgt in februari en maart weer Kortavonden:
2
vertellers komen bij u thuis verhalen vertellen
u
zorgt voor de luisteraars en de koffie
wij
voor de verhalen
opgeven
en informatie:
Thecla Bovenberg tel. 0186.621005 na 19.00 uur.
We
hebben voor 2015 de afspraak gemaakt dat we om de 5 / 6 weken
bij elkaar komen, al naar gelang dit uitkomt, om verhalen te oefenen
en ons te verbeteren. Nico heeft in de eerste avond (of misschien ook
een volgende) een oefening, gaat als volgt:
Hij zoekt een verhaal van ongeveer 5 minuten. Alle vertellers gaan dit
verhaal ‘eigen’ maken, ieder voor zich en ieder op een eigen
manier. Dan komen we bij
elkaar en vertellen het verhaal. je zult zien en horen dat een
verhaal diverse klanken, kleuren en interpretaties kan hebben. Heel leuk en heel leerzaam. Zo zullen meer oefeningen steeds ons verder brengen in onze
kwaliteit van vertellen.
De
dood van de Verteller
Lang
geleden was Ierland nog een koninkrijk. Het was de tijd waarin mensen
zuinig waren op het vuur in de haard. Het werd ’s avonds zorgvuldig
afgedekt, en ’s morgens werd opnieuw leven geblazen in de nog
nagloeiende kolen.
Slechts
één keer per jaar gingen in heel Ierland alle vuren uit: De dag
voor midzomernacht. Tegen vijf uur ’s middags werden alle vuren
gedoofd, en op straffe des doods was het verboden om nog een vuur aan
te maken. Eén nacht lang bleef het volledig donker in het hele land.
Precies om middernacht stak de koning zelf het grote vreugdevuur bij
het paleis aan. En van daaruit gingen de bodes met fakkels de nacht
in, om in ieder huishouden de haard weer aan te steken. Zo warmde
heel het land zich gedurende het jaar aan dat éne vreugdevuur.
Op
een dag kwam de favoriete verhalenverteller van de koning thuis. Zijn
lijf moe van de rit, zijn hoofd vol verhalen en beelden – hij wist
nauwelijks hoe laat het was, laat staan welke dag het nou precies
was. En omdat het een typisch Ierse zomer was, had hij het koud; érg
koud. En dus stak hij, zonder daar verder ook maar bij na te denken,
een lekker vuurtje aan in de kachel. En het duurde niet lang, of hij
zat bij een knus rokende haard, met een kroes bier in zijn handen en
zijn voeten bij de vlammen.
Plotseling
werd er op de deur gebonsd, en voor de verteller goed en wel tijd had
om op te staan vloog ‘ie al open. Op de stoep vijf koninklijke
soldaten tot de tanden gewapend en met grimmige gezichten. Ze zeiden
niets, maar pakten de verteller ruw beet en duwden hem in de gereed
staande wagen. En het duurde niet lang, of hij stond voor de koning.
Deze
keek met pijn in zijn ogen naar de verteller. “Wat heb je nou
gedaan…” vroeg hij hem. De verteller keek verbijsterd naar de
koning, liet zijn ogen vervolgens door de zaal dwalen, en toen hij
daar de koude haard zat begon hem langzaam wat te dagen. “O mijn
god…” zei hij zachtjes.
“De
wet is de wet, en ook de koning heeft zich daaraan te houden. Je laat
me geen keus – ik moet je ter dood veroordelen… Het enige wat ik
nog voor je kan doen, is je zelf te laten kiezen hóe je wilt sterven
– want sterven moet je.”
De
verteller dacht even na, en keek toen zijn vorst recht in de ogen.
“In dat geval, majesteit, wil ik graag sterven van ouderdom…”
En
zo geschiede, de verteller werd door de koning veroordeeld tot dood
door ouderdom… En hij leefde nog vele jaren, en vele verhalen.