woensdag 4 februari 2015

De Verhalenkaravaan trekt weer verder

de Verhalenkaravaan verzorgt in februari en maart weer Kortavonden:
2 vertellers komen bij u thuis verhalen vertellen

u zorgt voor de luisteraars en de koffie
wij voor de verhalen


opgeven en informatie:
Thecla Bovenberg tel. 0186.621005 na 19.00 uur.


We hebben voor 2015 de afspraak gemaakt dat we om de 5 / 6 weken bij elkaar komen, al naar gelang dit uitkomt, om verhalen te oefenen en ons te verbeteren. Nico heeft in de eerste avond (of misschien ook een volgende) een oefening, gaat als volgt:
Hij zoekt een verhaal van ongeveer 5 minuten. Alle vertellers gaan dit verhaal ‘eigen’ maken, ieder voor zich en ieder op een eigen manier. Dan komen we  bij elkaar en vertellen het verhaal. je zult zien en horen dat een verhaal diverse klanken, kleuren en interpretaties kan hebben. Heel leuk en heel leerzaam. Zo zullen meer oefeningen steeds ons verder brengen in onze kwaliteit van vertellen.

De dood van de Verteller

Lang geleden was Ierland nog een koninkrijk. Het was de tijd waarin mensen zuinig waren op het vuur in de haard. Het werd ’s avonds zorgvuldig afgedekt, en ’s morgens werd opnieuw leven geblazen in de nog nagloeiende kolen.

Slechts één keer per jaar gingen in heel Ierland alle vuren uit: De dag voor midzomernacht. Tegen vijf uur ’s middags werden alle vuren gedoofd, en op straffe des doods was het verboden om nog een vuur aan te maken. Eén nacht lang bleef het volledig donker in het hele land. Precies om middernacht stak de koning zelf het grote vreugdevuur bij het paleis aan. En van daaruit gingen de bodes met fakkels de nacht in, om in ieder huishouden de haard weer aan te steken. Zo warmde heel het land zich gedurende het jaar aan dat éne vreugdevuur.

Op een dag kwam de favoriete verhalenverteller van de koning thuis. Zijn lijf moe van de rit, zijn hoofd vol verhalen en beelden – hij wist nauwelijks hoe laat het was, laat staan welke dag het nou precies was. En omdat het een typisch Ierse zomer was, had hij het koud; érg koud. En dus stak hij, zonder daar verder ook maar bij na te denken, een lekker vuurtje aan in de kachel. En het duurde niet lang, of hij zat bij een knus rokende haard, met een kroes bier in zijn handen en zijn voeten bij de vlammen.
Plotseling werd er op de deur gebonsd, en voor de verteller goed en wel tijd had om op te staan vloog ‘ie al open. Op de stoep vijf koninklijke soldaten tot de tanden gewapend en met grimmige gezichten. Ze zeiden niets, maar pakten de verteller ruw beet en duwden hem in de gereed staande wagen. En het duurde niet lang, of hij stond voor de koning.
Deze keek met pijn in zijn ogen naar de verteller. “Wat heb je nou gedaan…” vroeg hij hem. De verteller keek verbijsterd naar de koning, liet zijn ogen vervolgens door de zaal dwalen, en toen hij daar de koude haard zat begon hem langzaam wat te dagen. “O mijn god…” zei hij zachtjes.
De wet is de wet, en ook de koning heeft zich daaraan te houden. Je laat me geen keus – ik moet je ter dood veroordelen… Het enige wat ik nog voor je kan doen, is je zelf te laten kiezen hóe je wilt sterven – want sterven moet je.”

De verteller dacht even na, en keek toen zijn vorst recht in de ogen. “In dat geval, majesteit, wil ik graag sterven van ouderdom…”
En zo geschiede, de verteller werd door de koning veroordeeld tot dood door ouderdom… En hij leefde nog vele jaren, en vele verhalen.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen